Giulia: “Dat ik naar mijn werk mag fietsen voelt als een cadeautje”
Giulia is 33 jaar en zelfstandig communicatieadviseur en conceptontwikkelaar. Ze woont al bijna twee jaar in Lanaken en werkt vooral in Maastricht. Drie dagen per week fietst ze naar haar werk, ook als het hard waait.
“Het begon een jaar geleden met een flyer in de brievenbus,” vertelt Giulia. “Een onderzoeker van de Universiteit Maastricht zocht deelnemers voor een proef met een e-bike. Ik deed mee en was meteen om. Hoe fijn was dat, fietsen naar Maastricht vanuit huis!”
Daarna testte Giulia een jaar lang verschillende fietsen. Uiteindelijk koos ze een felblauwe Tenways. “De kleur is opvallend. Handig bij het terugvinden van mijn fiets in de fietsenrekken!” De fiets had ook een goede prijs-kwaliteitverhouding. En gaat er iets kapot? Dan zitten er genoeg dealers in de buurt voor reparaties en onderdelen.
Tegenwind? Doortrappen!
De route is niet altijd makkelijk. “Als het hard waait, moet ik goed doortrappen. En toch is de fiets vaak sneller dan de auto. Ik fiets fluitend langs de files!” Bij regen pakt Giulia nu nog vaak de auto. Daar wil ze verandering in brengen. “Ik wil een fijne fietstas en een regenpak kopen. Dan hoop ik binnenkort ook in de regen te fietsen. Misschien leg ik dan ook even een föhn klaar op kantoor,” lacht ze. “Toch ook belangrijk. Als je haar maar goed zit!” Serieuzer: “Ik let erop dat mijn regenpak reflectie heeft. Zichtbaar zijn vind ik steeds belangrijker. Je beseft vaak niet hoe kwetsbaar je in het donker op de fiets bent. Een extra lampje naast je gewone verlichting maakt je nog beter zichtbaar.”
Buffels langs de Maas
Giulia fietst meestal via een mooie route naar Maastricht. De Maas, kano's, wilde paarden en soms zelfs buffels maken de route leuk. Naar muziek luistert ze niet op de fiets. “Ik heb bewust geen oortjes in. Ik vind het een eng idee dat ik het verkeer niet hoor. En het is leuk om de vogels te horen in de ochtend. Dat ik mág fietsen, dat voelt als een cadeautje. Een stukje vrije tijd op weg naar het werk. Je kunt wel eens duf wakker worden, maar na zo'n rit voelt je lichaam losser en ben je wakker."
Even de stad in
“In de stad pak ik sneller de fiets dan de auto. Moet ik naar een klant verderop in de stad? Dan stap ik op de fiets. Dat is veel relaxter. Mijn fiets kan ik makkelijker stallen dan een auto. Mijn ouders wonen in de binnenstad. Na het werk fiets ik vaak even naar ze toe. Leuk om te doen en lekker snel.”
Van Parijs tot München
Fietsen is al langer een gewoonte in Giulia's leven. Als kind fietste ze naar school. Als student in Maastricht deed ze vrijwel alles op de fiets. Voor haar studie woonde ze ook een tijd in Parijs. Daar had ze een fietsabonnement en leerde ze de stad op de fiets kennen. Soms zocht ze thuis de route op en moest ze die daarna uit haar hoofd volgen. “Zo was ik voorbereid als mijn wifi het niet deed. Daardoor ken ik hele Parijse wijken nog steeds uit mijn hoofd.”
Later studeerde ze in München. Daar nam ze haar eigen omafiets mee naartoe. “Ik fietste in de winter niet. Maar in de lente, toen het weer beter werd, fietste ik veertig minuten naar mijn stage op een industrieterrein. In Duitsland vonden ze me een beetje gek. Maar ik vond het gewoon lekker om te doen."
Ook na werktijd
Ook in haar vrije tijd fietst Giulia graag. Met haar vriend Jeroen fietst ze soms na het eten (“voordat we gaan bingewatchen”) langs het kanaal, het liefst kijkend naar een mooie zonsondergang. Soms maken ze in het weekend een tochtje met het pontje naar Eijsden. Binnenkort wil Giulia de heuvels rond Berg en Terblijt eens testen. “Daar woont mijn broertje. Eens kijken of mijn nieuwe fiets de Limburgse heuvels aankan!”
Giulia fietst ook graag voor haar werk, in Nederland en België. In Sint-Truiden maakte ze bijvoorbeeld fietscontent voor een hotel in Haspengouw. In Durbuy huurde ze een mountainbike voor een opdracht.
Zelf het goede voorbeeld geven
“Ben ik #posifiets? Ja, dat woord past wel bij mij. Ik fiets graag. En ik werk voor #posifiets. Als ik in campagnes zeg dat fietsen leuk is, moet ik zelf ook de fiets pakken. Walk the talk.”